Beweging bij Parkinson is cruciaal

Waarom bewegen bij Parkinson?
In beweging blijven is belangrijk bij de ziekte van Parkinson. Want het kan de motoriek, wandelsnelheid, aerobe fitheid, spierkracht en het evenwicht verbeteren, én ook het vallen verminderen. Studies tonen aan dat lichaamsbeweging de aerobe fitheid verhoogt en spierversterkende activiteiten de kracht van de benen vergroot.
Verder tonen studies ook aan dat trainen op de loopband en gangoefeningen (oefeningen om correct en vlot te stappen) effectief zijn om de comfortabele wandelsnelheid te verhogen. Om het evenwicht te verbeteren, blijken oefeningen die het evenwicht op de proef stellen het effectiefst. Lichaamsbeweging die gericht is op het verbeteren van de gang en het evenwicht, vermindert het valpercentage. Evenwichts- en staptraining worden vaak gecombineerd, wat het evenwicht verbetert.
Kinesitherapeuten die werken met Parkinson-patiënten focussen vaak op een (wandel)gang- en evenwichtstraining, maar soms komen daar ook spierversterkende activiteiten of oefeningen voor flexibiliteit bij. Uit studies blijkt dat zo’n training de wandelsnelheid, het evenwicht en de motorische symptomen verbetert.
Regelmatige lichaamsbeweging wordt aangeraden bij de ziekte van Parkinson omdat er bewijs is dat het:
- motorische symptomen verbetert;
- de wandelsnelheid en het evenwicht verbetert;
- het valpercentage vermindert en
- het aerobe fitheid en de spierkracht vergroot.


